Geschreven door

Sebastiaan Hekman, 5 November 2004

Maestro's

Chilenen zijn creatief met taal. Als je hier voor het eerst komt en je hoort het woord 'maestro' dan denk je - althans in mijn geval - aan een musicus of keukengenie, een creatieve hoogstaande figuur. Niets is minder waar. Maestro's zijn beroepsklussers. Ze metselen, lassen, timmeren, solderen koperbuis aan elkaar, knopen elektriciteitsdraden, bouwen hekken, ramen leggen terrassen aan, tuinen. Voor elke klus een maestro. De gemiddelde Chileense man kan zelf niets. Althans dat wil hij je graag doen geloven. Vraag een Chileense man naar een maestro en hij kent er vast een handjevol. Met bijbehorende kwalificatie of diskwalificatie. Je krijgt er altijd gratis waarschuwingen bij. Maestro's zijn meestal omringd met een geurtje van malversaties. Echter in Chili kun je niet zonder maestro's, ook al kun je heel goed doe-het-zelven. Trouwens er zijn hier Chileense Gamma's en Praxis zat. Die heten hier Sodimac en Easy. Alles kun je daar kopen. Meer dan bij hun Nederlandse soortgenoten.
 

Zwart werk

Terug naar de maestro's. In Chili wordt heel veel gebouwd. Grote bouwprojecten volgen elkaar in rap tempo op. Complete woonwijken worden in een paar jaar uit de grond gestampt, torenflats op de rand van de rotsige kustlijn. Zo hoog dat je op de bovenste etage Paaseiland haast kunt zien liggen bij mooi weer. Maar goed, dit zijn de officiële bouwprojecten. Een uitbreiding aan je huis? Een terrasje? Dakkapel? Dan ga je op zoek naar een maestro. Maar hoe? Meestal kijk je in je buurt rond naar in aanbouw zijnde projecties en pikt de netjes werkende maestro's eruit. Na wat navraag bij de bewoner heb je al snel de telefoonnummers. Eerst volgt het gesteggel over de prijs. Chilenen hebben een flexibel begrip van prijzen. Ze maken een prijs. Die is vooral afhankelijk van hun inschatting van de dikte van je portemonnee en diepte van je zakken. Als buitenlander ben je dan al de klos. Als je je niet wapent met de nodig info van buurmannen betaal je al snel teveel. Als de maestro's mokkend akkoord gaan met het laatste bod dan zit je wel goed. 

Dan volgt de materiaallijst. Jij als opdrachtgever moet maar zorgen dat alles gekocht wordt. Zij maken wel een lijstje. Reken het wel na want sommige maestro's vergissen zich nog wel eens. Op naar de Easy of Sodimac met het lijstje. Als je zelf niets weet van bouwmaterialen dan moet je maestro wel mee. Je ziet dan keurige heren met dito auto vergezeld van een typische maestro door de bouwmarkt struinen. Uiteraard gaan al die zakken cement, palen, balken, staal en wat al niet meer niet in de luxe terreinwagen van meneer. De dakrails zijn voor de ski's en surfplanken. Nee, voor het vervoer van die spullen heb je een ander soort Chileen nodig. Een zogenaamde 'flete'. Dat slaat op een mannetje met een pick-up (caminoneta) of kleine vrachtwagen die buiten de poort van bouwmarkten staan te wachten op een vrachtje. De maestro is wel gewillig zo'n 'flete' te ronselen en ritselt wel een prijsje. Grote kans dat een neefje tegen een 'schappelijk' prijsje de spullen naar huis rijdt. De doorsnee Chileen maakt zijn eigen handen niet vuil bij deze zaken. Meestal staan ze, met de handen in de zakken, te kijken hoe de maestro's de spullen afladen en met het werk aanvangen. Dat toekijken heet eigenlijk 'in de gaten houden'. 
 

Zand op de weg

Zand en grind wordt vaak op de straat gestort alwaar de heren maestro's ter plekke beton aanmaken. Lekker makkelijk vinden ze dat. Ze keken niet blij toen ik ze vroeg dat spul naar de tuin te kruien om daar beton te maken. Op mijn uitleg dat de straten zo smerig werden vDe zandstraat waar de maestros wonen.an al die betonresten haalden ze onverschillig hun schouders op. Als je weet waar ze wonen dan snap je dat. De straten voor hun huizen zijn niet eens verhard, Gewoon keihard hobbelig zand. Een beetje beton erover zou welkom zijn.

In Nederland was/ben je altijd aangewezen op beunhazen die, het liefst met gereedschap van de baas, bijklussen na werktijd en in de weekends. De Chileense maestro's doen niets anders dan klussen. Daar leven ze van. Vaak met de hele familie. Broers, vaders, neven en ooms. Meestal hebben ze enkel de lagere school en soms - gedeeltelijk - de middelbare school doorlopen. Ze vormen een omvangrijk zwart deel van de Chileense economie. 

Sommige van die kerels zijn de titel maestro's waard. Ze zijn werkelijk vakmensen. Zo hadden wij vorig jaar in Chillan eens een timmerman die werkelijk alles met hout kon. Ongelooflijk, snel en vakkundig. Hij had één probleem. Alles wat hij in de week verdiende zoop hij in het weekend weer op. Zijn bezittingen waren een paar zagen, hamer en beitels. Daar was hij erg zuinig op. Elke dag bond hij zijn zagen onder het zadel langs de stang van zijn fiets en reed anderhalf uur terug naar huis. Op een maandag kwam hij enigszins bleek bij de keuken en klaagde dat hij zo'n dorst had. Buiten scheen de zon ook fel maar daar kwam het niet van. Hij wilde bier om zijn enorme nadorst te lessen. Een emmer water kon ie krijgen. De beste man had zich voorgenomen een elektrische schaaf te kopen. Het kwam er maar niet van. Helaas kwam de bodem van de bierfles altijd eerder dichterbij dan het begeerde gereedschap.